Altijd ik! – Fragment van tweede verhaallijn

WEEK 1, VRIJDAG, 17u22

Met haar rechterhand trekt ze de donkere houten deurknop naar zich toe. Terwijl ze met haar linkerhand de huissleutel in het slot steekt en naar links draait, zet ze haar rechtervoet tegen de dorpel van de deur en duwt hem zo open. Ze zet een stap over de drempel en geeft de deur nog een zet. Nu zwaait deze zo ver open dat ze haar fiets, die ze even tegen de afvoerpijp naast de deur had gezet, naar binnen kan rijden. Ze tilt hem op aan het stuur, net iets boven haar macht. Even later staat de fiets tegen de linkermuur van het halletje, op slot. Met haar voet geeft ze de deur achterwaarts weer een zet, zodat deze met een behoorlijke klap in het slot valt. Dan blijft ze even met haar linkerarm leunend tegen de trapleuning staan. Ze is moe. Ze ziet er tegenop om de twee lange trappen omhoog te moeten gaan. Met zware tred loopt ze over oude, kale treden. Op de overloop luistert ze even aan een dichte deur. Ze hoort niets, haar benedenbuurvrouw zal nog niet thuis zijn. Dan vervolgt ze haar weg naar de volgende verdieping en even later maakt ze haar eigen deur open, stapt haar kamer binnen en ploft op de bank.

“Ik ben bekaf…!”

Ze zegt het tegen niemand anders dan tegen zichzelf. Met de benen wijd en gestrekt voor zich, hangt ze in de kussens die op de kobaltblauwe, enigszins versleten bank verspreid liggen. Vaalgroene, enigszins versleten kussens die ze zelf helemaal niet bij de kleur van de bank vindt passen. Maar ze zijn groot en lekker zacht.

Ze kijkt op haar horloge en ziet dat het al kwart voor zes is. Met moeite dwingt ze zich weer op te staan. Ze loopt naar het kleine, bruine keukenblok dat zich om de hoek van de L-vormige kamer bevindt. Ze opent het linker bovenkastje en kijkt onderzoekend naar de inhoud.

“Spaghetti, tomatenpuree, eh…” mompelt ze. “Shit, even snel naar de super!”

Met een paar passen is ze bij haar kamerdeur, grist en passant de sleutels van de bank, draait de kamerdeur achter zich in het slot en stommelt de twee trappen af. De klemmende voordeur krijgt een schop en schiet open.

Met flinke pas loopt ze de straat uit, de hoek om naar de supermarkt. Ze ziet mensen naar buiten komen, ze is dus waarschijnlijk nog op tijd. De laatste twintig meter maakt ze nog iets meer vaart. Bij de ingang botst ze tegen een wat oudere vrouw.

“Oh, sorry!” excuseert ze zich in het voorbijgaan. Snel loopt ze naar de vleesafdeling. Als ze bij de koelvitrine staat en probeert te besluiten wat voor gehakt ze zal nemen, bedenkt ze dat ze misschien niet eens voldoende geld bij zich heeft. Ze voelt snel in de rechterzak van haar spijkerbroek en diept een briefje van vijf op. Oh, dat is wel voldoende. Of zal ze een blikje tonijn kopen? Dat is wel goedkoper… Ze denkt even na en besluit dan toch de gehakt te nemen, half om half, dat dan wel. Als ze een paar tellen later achteraan sluit bij de rij voor de kassa, ziet ze haar overbuurman staan. Die man ziet er altijd zo mistroostig uit! Alsof hij ongelukkig is, al het wereldleed met zich meedraagt. Nou ja, ze kent hem niet dus is het lastig in te schatten hoe die man is. Ze ziet hoe hij de supermarkt uitloopt met een tasje met boodschappen. Gek is dat: als ze zo’n man alleen ziet, met zo’n tasje met boodschappen, dan vindt ze dat altijd een beetje zielig. Ze kijkt nog eens goed. Hij doet haar aan iemand denken… ja, nu ziet ze het. Hij zou het kunnen zijn!

Dan is ze zelf aan de beurt. De caissière scant de streepjescode. “Dat is dan twee euro zeventien” klinkt het vriendelijk. Ze overhandigt de caissière het briefje van vijf en houdt haar hand op voor het wisselgeld.

“Fijne avond nog!” klinkt het zangerig. Half binnensmonds antwoordt ze: “Dank je, hetzelfde!”

 

WEEK 2, DINSDAG 22u33

Hoe lang heeft ze nu al over haar scherm heen naar buiten zitten staren? Het toetsenbord van zich af geschoven, haar hoofd ondersteunend met beide armen die ze met de ellebogen net voor het toetsenbord geplaatst heeft. Haar kin past in de palm van haar rechterhand, haar vingers zitten gebogen voor haar mond. Buiten blijft alles steeds hetzelfde. Geen teken van leven, nou ja, af en toe een vogel die tussen de daken door scheert. Zojuist heeft ze kerkklok horen slaan.

Het was zo gemakkelijk beloofd: ieder probeert in contact te komen met iemand die je niet kent en van wie je verwacht dat die persoon wel een steuntje in de rug kan gebruiken. Ouderen, alleenstaanden… Niet moeilijk doen, geen gepreek of willen overtuigen, gewoon mensen aan het denken zetten. Toen ze het elkaar beloofden, had ze niet gedacht dat het zo lastig kon zijn om met iemand in contact te komen die je niet kent. Oh, ze wist eigenlijk wel meteen wie ze wilde benaderen, maar wat zeg je tegen zo iemand die je alleen van gezicht kent? Spreek je iemand aan op straat? Stuur je een briefje? Stel je een vraag? En welke vraag stel je dan? En wat als die persoon jouw toenadering helemaal niet op prijs stelt? Wat doe je als iemand agressief reageert? Daar hadden ze het gisteravond niet over gehad! Niemand had er toen aan gedacht dat mensen er soms niet van gediend zijn, dat ze het een vorm van lastig vallen vinden…

Ze rolt met haar bureaustoel naar achteren tot haar benen gestrekt zijn en de rugleuning de tafel achter haar raakt. Verdorie, het is lastiger dan gedacht! Ze staat met moeite op uit haar stoel. Moeilijk hoor dat opstaan, als je eigenlijk meer ligt dan zit in je stoel. Ze loopt naar de keuken en pakt een glas dat ze vult met water uit de kraan. Ze neemt twee flinke slokken en zet het glas even neer op de eettafel. Als ze zich omdraait ziet ze zichzelf in de passpiegel die ze daar drie weken geleden heeft opgehangen. Ze kijkt zichzelf aan. Haar rode haren lijken een stuk blonder nu er een streep zonlicht op valt.

“Wie ben jij eigenlijk, San? Wat gaat er in je om?”

Ze spreekt de woorden niet uit, bang voor de confrontatie met haar eigen gedachten, haar eigen twijfels, haar eigen stem. Haar lippen bewegen en vormen woorden, maar er klinkt geen geluid als ze zegt:

“Ik wil je best eens beter leren kennen!”

Ze glimlacht. Het doet haar denken aan toen, bijna een jaar geleden op straat. Ze kan er nu om glimlachen, maar geeft geen antwoord op haar eigen vraag.

About hans van gelderen

organisatieadviseur, trainer, eigenaar Vigorgroep (www.vigorgroep.nl)
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s