Altijd ik! – Boekfragment 2

“Waar wil je zitten? In de fauteuils of aan de tafel?” “Eh, ik heb niet echt een voorkeur” stamelt hij. Ondertussen bedenkt hij dat niet in een fauteuil wil zitten. Dan zak je zo in elkaar en komt alles strak en ongemakkelijk te zitten. “Oké, dan gaan we vandaag eens aan de tafel beginnen.” Terwijl Claudette een stoel voor hem naar achteren trekt, vraagt ze: “Heb je zin in koffie of thee? Of heb je liever een glas water?” “Thee, thee is goed, hoor.” Hij gaat zitten en schuift de stoel weer wat naar de tafel. Terwijl Claudette achter hem wat rommelt met een kan en kopjes, kijkt hij nog eens rond. Een groot schilderij met zachte tinten geel en groen hangt recht tegenover hem. Hij kan er niet direct iets in herkennen, maar vindt het wel passen in deze kamer. “Heb je nog voorkeur voor een bepaalde smaak? Ik heb groene thee met mint, rooibos of heb je liever kruidenthee?” “Eh, maakt niet veel uit, doe maar groene thee, dat drink ik thuis ook vaak.” Een paar tellen later zet Claudette hem een flinke kop thee voor en gaat tegenover hem aan de tafel zitten.

“Zo, welkom! Ik ben dus Claudette. En jij komt hier met een vraag, maar vertel eerst eens iets over jezelf, die vraag komt straks.” Haar grote, groene ogen kijken hem vragend aan en wel zodanig dat hij zich absoluut verplicht voelt te doen wat ze hem zegt. “Tja,” begint hij, “wat wil je weten?”

“Nou, om te beginnen zou je me kunnen vertellen wie je bent, wat je doet, misschien iets over je privéleven, je hobby’s, dat soort dingen.”

“Ja, eh, goed. Ik steek wel van wal.” Hij schraapt zijn keel nog eens, merkt bij zichzelf dat hij toch wat nerveus is. Hij gaat wat rechter zitten en brengt zijn rechterarm onder zijn hoofd terwijl hij met de vingers over z’n wang en kin wrijft. Had hij zich vanochtend wel goed geschoren? Ziet hij er wel verzorgd uit? Als Claudette haar stoel iets verzet, bedenkt hij dat er nu wel wat gezegd moet worden.

“Eh, ik ben Arie Doornenkamp. Ik woon hier in de stad in een soort van appartement. Ik ben nu net 47 jaar. Ik werk al een jaar of negen voor dezelfde organisatie, de laatste twee jaar als teamleider van een groep van zeven onderhoudsmedewerkers. Eh, wat wil je meer weten?”

“Nou, Arie, het gaat er niet om wat ik wil weten, het gaat er om wat jij mij wilt vertellen.” Terwijl Claudette hem dit zegt, kijkt ze hem aan met een milde blik die lijkt te zeggen: toe maar, vertel maar, je kunt het wel!

“Tja, ik ben gescheiden, een jaar of zes geleden. Ik heb twee kinderen, allebei geadopteerd. Mijn vrouw en ik konden geen kinderen krijgen. Het zijn twee meisjes, allebei uit Costa Rica. We waren daar eerder al eens op vakantie geweest. Ze zijn nu 18 en 15 jaar oud, Daniela en Silvia. Daniela is de oudste. Maar ik heb ze al een tijdje niet meer gezien. Ze wonen bij hun moeder, tien kilometer verderop. Die heeft al weer een jaar of wat een andere man, ze wonen samen en de meiden lijken het ook goed met hem te kunnen vinden. Dat is wel fijn, natuurlijk.”

Hij ziet hoe Claudette hem ondertussen bemoedigend toeknikt. Om een of andere reden die hem niet direct duidelijk is, voelt hij dit niet als een aansporing, maar eerder als een teken dat hij nu al teveel van zichzelf vertelt aan een volslagen onbekende. Deze gedachte gaat in een flits door hem heen en hij aarzelt.

“Eh, ja, dat is het eigenlijk wel. Oh ja, ik doe wat aan sport, tennis.” Even is het stil. “En,” vervolgt hij terwijl hij zijn toekomstige coach aankijkt, “vertel jij ook wat over jezelf?”

“Als je dat wilt, dan doe ik dat graag. Maar misschien is het beter dat ik eerst even de procedure uitleg van zo’n eerste gesprek. Je moet namelijk weten dat in dit eerste gesprek ik vooral uitleg hoe ik werk en welke uitgangspunten ik hanteer. Is dat oké voor jou?”

Hij knikt en mompelt bevestigend.

“Een eerste gesprek is oriënterend en vrijblijvend. De cliënt en ik hebben allebei de gelegenheid om eens te kijken of er een klik is en er voldoende chemie is om een succesvol traject in te gaan. Zo’n intakegesprek is ook bedoeld om mij een beeld te schetsen van jouw vraag. Waarom wil je een coachingstraject aangaan, wat zijn jouw vragen, zijn er nog dieperliggende vragen. Daarover wil ik het dus vandaag graag met jou hebben. Misschien gaat jouw vraag over een onderwerp waarvan ik denk: daar heb ik niets mee. Nou, dan zeg ik dat en verwijs ik je graag door naar een collega. Wat dat betreft moet het wel transparant zijn wat we doen.”

Terwijl ze spreekt, dwalen zijn gedachten af. Ze doet hem aan iemand denken, maar hij kan zich niet meer voor de geest halen aan wie. Iemand van vroeger, van zijn vorige baan misschien? Ondertussen kijkt Claudette hem vragend aan. Hij voelt zich betrapt, hij weet niet eens meer wat ze net zei. Iets over zijn vragen of zo.

“Mee eens?”

Opnieuw die vragende blik.

“Ja, natuurlijk, vanzelfsprekend…”

“Goed, dan zal ik eerst vertellen vanuit welke achtergronden ik mijn praktijk drijf. Want zoals je ongetwijfeld weet, zijn er heel veel verschillende coaches. Veel coaches zijn gegrepen door een bepaalde kijk op het leven, door een bepaalde filosofie. Ik ben zelf meer iemand die heel praktisch en ‘down to earth’ coacht: er ligt een vraag, wat zit daar achter, welke dieperliggende problemen of dilemma’s spelen een rol en hoe kan ik iemand helpen om de belemmeringen te vinden die ervoor zorgen dat een probleem in stand blijft. Want pas als je je belemmeringen kent, dan kun je ze gaan aanpakken. Snap je? Eigenlijk ga ik met een cliënt op zoek naar zichzelf, op zoek naar wie iemand ècht is.”

Ze wacht even, het lijkt of ze haar woorden meer indruk wil laten maken door een rustpauze in te lassen. Maar het duurt niet lang voordat ze met een nadrukkelijke stem vervolgt:

“Ik zou het ook zo kunnen zeggen – en zo wordt het vaker benoemd, hoor: worden wie je bent!”

Met een triomfantelijk gezicht kijkt ze hem aan. En direct daarna weer die vragende blik! Moet hij haar nu iets antwoorden, moet hij dit bevestigen? Haar ogen priemen en kijken door hem heen, hij voelt zich er niet gemakkelijk bij, ze laten hem niet los, hij mòet antwoorden, of hij wil of niet!

“Tja, worden wie ik ben, dat lijkt me wel goed, ja. Want af en toe weet ik het zelf niet zo goed meer. Ik bedoel, dan doe ik dingen of ik zeg dingen waarvan ik achteraf spijt heb, waarvan ik achteraf denk: waarom heb je dat nou gezegd of gedaan? En dan weet ik dat dus niet zo goed.”

Hij is zelf verbaasd over zijn openhartigheid. Kennelijk is die klik waarover ze het had aanwezig, anders zou hij er toch niet zo maar van alles uit flappen!

“Ja, dat lijkt me wel wat, ik denk wel dat het goed is om dat uit te gaan zoeken.” Hij weet dat hij nu een toenadering maakt, ze zal nu toch ook wel vinden dat er een klik is?

“Ja, en als jij denkt, dat – net als ik overigens – eh, dat wij er samen aan kunnen werken om jouw belemmeringen èn jouw stimulansen, want die zijn er natuurlijk ook, helder te krijgen, dan weet ik zeker dat we er wel uit gaan komen!”

Terwijl ze deze laatste woorden spreekt, ziet hij dat ze terloops een blik op de klok werpt die achter hem hangt. Hij draait zich even om en ziet dat het al bijna vier uur is. Zijn tijd zit er op.

About hans van gelderen

organisatieadviseur, trainer, eigenaar Vigorgroep (www.vigorgroep.nl)
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s