Altijd ik! (boekfragment)

 

De komende weken zal ik regelmatig enkele passages publiceren uit mijn boek ‘Altijd ik’ (werktitel) dat dit jaar zal verschijnen. ‘Altijd ik’ is een roman over de impact van (loopbaan)coaching. In de roman staat Arie Doornenkamp centraal, man, gescheiden, alleenwonend in de binnenstad. In de roman volgen we Arie vanaf het moment dat zijn coachingstraject start.

“Hij pakt z’n mobiel voor de derde keer en duwt met z’n wijsvinger op het knopje aan de bovenkant van het toestel waardoor het scherm verlicht wordt. Zeven minuten voor drie, ziet hij. Als hij niet snel doorloopt, komt hij te laat. Hij klikt het scherm uit en stopt het mobieltje weer in de binnenzak van zijn regenjas. Hij versnelt zijn pas en kijkt onwillekeurig in de etalageruit van H&M. Hij ziet zichzelf weerspiegeld in de donkere tonen van het grijzige glas. Zijn jas wat wappert in de wind die nu rond de hoge gebouwen blaast. Hij versnelt nog wat. Een jonge moeder met kinderwagen en jengelende peuter ontwijkend, steekt hij de straat over. Een stadsbus toetert in de verte, fietsers gaan met de wind in de rug in volle vaart langs langzaam rijdende auto’s. Hij haalt zijn hand nog eens door zijn haar. Achter op z’n hoofd voelt hij hoe de zweetdruppeltjes zich een weg zoeken naar de kraag van zijn overhemd. Met zijn linkerhand zoekt hij in z’n broekzak naar een papieren zakdoekje. Al lopend vouwt hij het zakdoekje open en dept zijn achterhoofd en nek. Hij kan toch niet zwetend bij haar aankomen! Hij wijkt even af van de kortste route om het zakdoekje in de blauwe prullenbak te deponeren. Verdorie, dat waait weg. Hij weet z’n voet er nog snel op te zetten, bukt zich en raapt het zakdoekje op. Hij frommelt het ineen tot een kleine prop en gooit het opnieuw in de afvalbak. Terwijl hij zich tussen de geparkeerde auto’s op de Markt manoeuvreert, hoort hij de klokken van het Provinciehuis slaan. Eerst een melodietje van een oud kinderlied, dan de zwaardere slagen die hem laten weten dat hij nu net te laat voor zijn afspraak is. Bij de derde slag loopt hij de twee treden voor de ingang op en een tel later gaan de bruine schuifdeuren automatisch voor hem open. Even moeten zijn ogen wennen aan de donkerder ontvangsthal binnen. Dan ziet hij al snel een ronde, houten balie van waarachter een dame met halflang blond haar en gekleed in een blauwgrijs mantelpakje hem vriendelijk toeknikt terwijl zij een telefoongesprek voert. Oké, tijd om even uit te blazen. Hij trekt zijn regenjas bij de kraag wat omhoog, zodat er wat koelere lucht tussen de jas en zijn overhemd kan doorstromen. Hij vreest dat hij straks met grote zweetplekken onder zijn armen het gesprek zal moeten aangaan. En dat kan al snel verkeerd uitgelegd worden. Als de receptioniste na een halve minuut haar gesprek beëindigd heeft, kijkt ze hem met een brede glimlach aan: “Wat kan ik voor u doen?”

Hij rommelt in zijn jaszak en haalt er het kladpapiertje uit waarop hij de naam en het  telefoonnummer geschreven heeft van de dame met wie hij afgesproken heeft. Ja, daar staat het: Claudette de Ruiter. “Ik heb een afspraak met mevrouw De Ruiter” antwoordt hij, “Ja, met mevrouw Claudette de Ruiter, zij is coach…” “Natuurlijk, ik bel haar even dat u er bent.” En terwijl ze hem wijst op een drietal moderne fauteuils vult ze aan: “U kunt daar even plaats nemen, mevrouw De Ruiter zal zo komen.” Hij loopt in de richting die de receptioniste gewezen heeft, maar aarzelt en draait zich om. “Is er misschien een toilet hier, waarvan ik even gebruik kan maken?” De receptioniste, die blijkens het naamkaartje op het revers van haar colbert Yvonne heet, kijkt hem aan en glimlacht hem weer toe: “Ja, hoor, als u in dat gangetje de tweede deur rechts neemt, komt u in het herentoilet.”

De geur van de luchtverfrisser op het toilet moet de bezoekers waarschijnlijk doen denken dat ze zich midden in een dennenbos van hun last ontdoen. Maar zoveel dennengeur heeft hij zelfs in Zweden niet geroken. Hij loopt naar de witte wasbak en kijkt in de spiegel. Hij ziet zichzelf met verhit gezicht en plakkende haren. Hij zet de kraan aan, draait de handle voorzichtig op lauw en vormt zijn beide handen tot een kommetje dat hij onder de kraan vol laat lopen met water. Dan brengt hij zijn gezicht naar z’n handen en spoelt het met het water af. Dit herhaalt hij nog twee keer. Er zijn geen papieren handdoekjes, er hangt een handdoekautomaat met linnen rol. Hij trekt aan de rol tot hij met een heel schoon stuk handdoek zijn gezicht kan afdrogen. De handdoekrol ruikt naar azijn. Opnieuw beziet hij zichzelf in de spiegel. Dan trekt hij zijn jas uit, hangt deze even aan de handgreep van de wc-deur en brengt zijn armen omhoog terwijl hij zich weer omdraait naar de spiegel. Het valt mee, er zijn geen natte plekken ter hoogte van zijn oksels. Hij pakt de regenjas op en hangt hem over z’n linker onderarm. Nog eenmaal kijkt hij in de spiegel, draait zich resoluut naar links en opent de deur. In de gang hoort hij de receptioniste tegen iemand praten. Hij loopt terug naar de ontvangsthal en wil plaats nemen als hij hoort roepen: “Claudette, hij is er al weer!” En tegen hem zegt de breed glimlachende Yvonne: “Mevrouw De Ruiter komt er aan.” Ze is nauwelijks uitgesproken of vanachter een pilaar verschijnt een roodharige dame in spijkerbroek en lichtgroen t-shirt die hem lachend vraagt: “Mister Livingstone, I presume?” Ze steekt haar hand naar hem uit en hij reageert door haar de hand te schudden. “Hallo, ik ben Claudette, loop maar even met me mee naar mijn kamer. Het is hier om de hoek.” Ze loopt een paar passen voor hem uit en onwillekeurig neemt hij haar figuur op. “Oké, hier is het al. Loop maar even door, je kunt je jas kwijt aan die haakjes aan de muur.” Hij probeert snel het kantoor in zich op te nemen. Het is eigenlijk geen kantoor, merkt hij, meer een spreekkamer. Als hij z’n jas aan een van de bedoelde haakjes hangt, ziet hij dat er naast een klein bureau ook twee fauteuils met donkerrode bekleding schuin naar elkaar toegedraaid staan. Er staat een klein rond tafeltje tussen met glazen blad. Aan de andere kant van de kamer ziet hij een houten tafel waar vier stoelen, ook met donkerrode bekleding, bij staan. Op de tafel ziet hij een klein, lichtgeel vaasje met twee rode, kunststof tulpen. En, natuurlijk, ja onvermijdelijk zelfs, een kartonnen doosje met tissues.”

BINNENKORT MEER!

This slideshow requires JavaScript.

About hans van gelderen

organisatieadviseur, trainer, eigenaar Vigorgroep (www.vigorgroep.nl)
Gallery | This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s